zondag 26 juni 2016

Wederdopers familie van Broeckhuijsen.





Wederdopers een woord waarvan ik heel lang geleden op school wel eens van gehoord hebt. Maar  nooit verder aandacht aan had geschonken. Totdat ik de aansluiting van de van Broeckhuijsen in mijn genealogie ging uitzoeken. 

Kenmerken van de wederdoperij : Hun voornaamste in het oog springende kenmerk is de volwassendoop. Omdat iedereen al als kind was gedoopt betekende het voorbehouden van de doop aan volwassenen dat men opnieuw gedoopt moest worden en daarom worden zij wederdopers of anabaptisten genoemd. Deze termen worden vooral gebruikt voor de revolutionaire fase van de doperse beweging. Haar hoogtepunt was rond 1535 met het “duizendjarig rijk” van Jan Matthysz (1500 – 1534) en Jan van Leiden in Münster (1535).
Daarna kwam de doperse beweging onder leiding van Menno Simons in rustiger vaarwater. Zijn volgelingen werden mennonieten genoemd. Daartoe behoren vandaag zowel de progressieve doops-gezinden in Nederland als ook de conservatieve Amish in de VS.

Dat je moest vluchten als wederdoper kan ik wel begrijpen vooral na het lezen van de verschrikkingen in de stad Munster, waar drie mannen in ijzeren kooien aan de kerktoren werden gehangen. Ik zou hard rennend een veilige plek voor mijn gezin gaan zoeken. Of zelfs gewoon geen wederdoper worden, een stuk veiliger. Geloof was een issue in die tijd er veranderde zoveel in de geloofs wereld , dat kan je je nu niet meer voorstellen. En de mensen wilde onder het juk van de gevestigde orde vandaan dus ja..wat doe je dan? Hoe graag ik ook eens terug zou gaan in de tijd om alles met eigen ogen te zien, er zijn van die dingen waar je dan het liefst omheen zou lopen. Maar de mensen in die tijd moesten het gewoon ondergaan. Man wat een barbaarse gewoonte hield men er toch op na in de middeleeuwen. Maar ook in de recente geschiedenis kom je jammer maar waar, nog steeds van die barbaarse dingen tegen. Dus veel geleerd hebben “mensen” er niet van.


De drie ijzeren 'kooien' aan de toren van de Lambertikerk zijn eigenlijk ijzeren manden die bedoeld waren om de stoffelijke resten van Jan van Leiden, de aanvoerder van de Wederdopers, Bernd Knipperdolling en Bernd Krechting te tonen. Zij werden na langdurige folteringen op 22 januari 1536 op de Prinzipalmarkt terechtgesteld. Daarentegen werd Bernd Rothmann, de vooraanstaande hervormer en Wederdoper theoloog van Münster, ondanks intensief speurwerk nooit gevonden. In de korven branden in de avonduren de Drie dwaallichten, als voorstelling van drie zielen of innerlijke vuren die geen rust vinden. Ze zijn in 1987 in de korven aangebracht door Lothar Baumgarten in het kader van Skulptur Projekte.

Hier mijn stamreeks:
  
De eerste van Broeckhuijsen die mijn stamreeks begint, is Jan Eeligsz. Van Broekhuijsen  , hij is geboren in Driebergen, rond 1555, hij is mennonist/wederdoper en zijn vader Eelig is afkomstig uit Westduitsland uit de omgeving van Borken, hij is uitgeweken naar Nederland vanwege vervolging om zijn geloof.

Van Peter Jans van Broeckhuijsen alleen gevonden dat hij waarschijnlijk geboren is in Driebergen rond 1590 en dat hij trouwde met Hillechien NN, en dat uit dit huwelijk zeker 2 kinderen zijn geboren.

Eén van die kinderen was Jan Peter van Broeckhuijsen , geboren/gedoopt ongeveer 1620 in Nederlangbroek, en overleden in 1690, Jan Peter trouwt in Veenendaal/Langbroek op 14 april 1644 met Barbara Joosten Sterk, geboren in Nederlangbroek ca 1625 , zij is een dochter van Joost Aalberts Steck en Grietje Willems Snack. Jan en Barbara gingen in Rijswijk in ondertrouw en wonen in 1665 in Veenendaal, alwaar hij wordt aangeslagen voor Haardstedengeld [de voorloper van de Onroerend Zaak Belasting] voor een huis Rontom de Merckt - Jan van Broeckhuijsen eygenaar en bruiker, 3 schoorstenen 6-0-0. Zij krijgen voor zover bekend drie zoons. Na het overlijden van Barbara hertrouwde Jan met Jannigje Cornelisdr.Zij overlijd in Ravenswaaij  ongeveer in 1625.

Zoon Peter van Broekhuijsen, is geboren in Driebergen omstreeks 1655, hij is mennonist/wederdoper en werd meester chirurgijn, hij overlijd in Arnhem in 1709. Trouwen doet hij in Utrecht op 26 maart 1679 en in Veenendaal in de kerk op 23 april 1679 met Antonetta van Roijwinkel (Roijenwinkel) geboren in Utrecht ca. 1559, dochter van Aert Toniss Roijwinkel en Maria Costerus.  Samen krijgen ze in ieder geval 1 kind. Antonetta overlijd in Veenendaal op 9 april 1682.

 "Peter van Broeckhuijsen j.m. van Veenendaal en Anthonetta van Roijenwinckel, j.d. van Utrecht, otr. 09-03-1679, attest te Utrecht om te trouwen. Zij kregen slechts één kind genaamd Jan
Meester Peter van Broeckhuijsen, chirurgijn in Veenendaal. Hij studeerde waarschijnlijk in Harderwijk en Utrecht alwaar hij zijn eerste vrouw leerde kennen. Hij trouwde op zondag 23 april 1679 in de NH kerk te Veenendaal.

Peter en Anthonetta vestigen zich na hun huwelijk in Veenendaal in de Bovenste Middelbuyrt aan de Rhenense Zijde. Zij krijgen slechts één zoon, Anthonetta sterft kort na de geboorte. 'Meester' Peter hertrouwdeop 23 april 1682 met chirugijnsdochter Theodora  (Dirckjen) Swelinck [achterkleindochter van de beroemde Amsterdamse componist en organist Jan Pieterszoon Sweelinck], zij werd geboren in Veenendaal in 1663 dochter van Gerrad Pietersz Sweelingh en Petronella Gerrits Volwens. met wie hij nog drie kinderen kreeg. Zij overlijd ca 1744 in Veenendaal.

 In 1683 wordt Peter aangeslagen [ook toen al naar inkomen] voor Reparatiepenningen voor een nieuw kerkdak. Volgens deze belastinglijst woont het gezin dan in de Middelbuyrt Rhenense Zijde - Meester Peter van Broeckhuijsen, aanslag 15- 0- 0. Een fors bedrag vergeleken met de andere dorpelingen. Hij was dus een welgesteld man, dankzij zijn bloeiende chirugijnspraktijk. Rond 1705 wonen zij op stand aan de "suydsijde van de Merkt" te Veenendaal. Hij overleed in 1709 in Arnhem, ongeveer 54 jaar oud.

Dat ene kind van Peter en Antonetta is: Jan van Broeckhuijsen, hij is geboren in Eederveen Sticht Veenendaal / gedoopt in Veenendaal op 1 januari 1680, bij hem staat als geloof geregistreerd: Nederlands Hervormd. Ook hij wordt meester chirurgijn. Hij trouwt in Veenendaal op 27 mei 1708 met Agnietje ( Annigje) van de Poel,zij is geboren en gedoopt in Veenendaal 14/24 februari 1686, zij is een dochter van Gerrit Paulus van de Poel en Nennetje Willems. Samen krijgen zij zeker 2 kinderen.

Jan staat vermeld in het testament van zijn grootmoeder Maria Costerus opgemaakt op 8 januari 1709. Daarin verklaart zij: "Jan van Broeckhijsen alleene te institueren in den naecte legitieme portie en dat hem daerinne sal worden geimputeert en aangerekent soodanich restant van een obligatie van vierhondert gulden als syn overleden vader Pieter met de verschene renten van dien aan haer testatrice is verschuldigt en item vijff hondert en tachtich gulden die comparante selffs in vele jaren aan hem heeft verstrect soo tot costgelden, kleding van wollen en linnen, gereetschappen tot de chirurgije en andere noodsaeckelijckheden".

Er was een meningsverschil over het zilverwerk en goud van zijn overleden moeder, dat naar zijn mening zich bij zijn twee ooms zou bevinden. Er staat verderop in het testament dat indien Jan van Broeckhuysen volkomen afstand doet van deze claim en daarvan behoorlijk acte in forma in den tijd van een maand na haar overlijden komt te passeren zonder enige reserve, hij voor een vierde staeck tot haar erfgenaam wordt geinstitueerd. Wel worden ook hierop de eerdergenoemde vorderingen in mindering gebracht (VG 1995-III, blz. 152).

Hun zoon Pieter Jansz van Broeckhuijsen, wordt geboren in Veenendaal en daar gedoopt op 27 september 1711, hij trouwt ook in Veenendaal en wl op 3  juli 1735 met Aartje Jacobs van Meerveld, zij is geboren in Veenendaal en daar gedoopt op 23 februari 1710, dochter van Theunis Jacobs van Meerveld en Marijtje Arissen. Zij krijgen samen 7 kinderen.

In het trouwboek is bijgeschreven dat ; wegens siekte van de bruijdegom de 3 geboden op één dag zijn gedaan en ook voor het bedt getrouwt"(VG 1995 blz 100)

Eén van de zeven kinderen is:  Agnietje Pietersen van Broekhuizen, geboren in Ederveen, gedoopt in  Renswoude 10 juni 1742, overleden in Veenendaal op 03 februari 1815, zij trouwt (1) Renswoude op 30 maart 1760 met Pieter Harmensen Bunt/Hitveld, geboren in Bennekom, wonend in  Ederveen, trouwt (2) in Ede op  17 april 1763 met Dirk Brinkman, weduwnaar van Emmerentje van Hoogendoorn, van Leersum, trouwt (3) in Renswoude 13 september 1776 Cornelis Melchertsz van van Langelaar/Ginkel, weduwnaar van Willemijntje Breunissen van Essen, gedoopt in  Scherpenzeel 04 januari 1728, spinner, begraven in  Renswoude op 23 augustus 1788, zoon van Melchert Teunissen van Langelaer en Hendrikje Claessen. Door haar laatste huwelijk komt zij in mijn genealogie terecht.

zaterdag 25 juni 2016

Een andere familie met de naam Visser uit Heerjansdam.




Visser, het blijkt een niet zo bijzondere naam in ons land, nog net niet zo erg als Jansen,Janssen enz. Maar in alle provincién komt deze naam wel voor. Zelfs in onze genealogie al tweemaal, de eerste zijn Friese Vissers en deze Vissers leven en werken op de Zuid-Hollandse Eilanden.

Deze familie begint rond 1575 in Hendrik Ido Ambacht, ( t Ambacht zoals ze het in het dorp zeggen ) is een dorp en gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Hendrik-Ido-Ambacht ligt, in de Zwijndrechtse Waard, een deel van IJsselmonde.

Hendrik-Ido-Ambacht grenst in het noorden aan de dode rivierarm het Waaltje en in het oosten aan de rivier de Noord. Buurgemeenten zijn Ridderkerk dat noordwestelijk en Zwijndrecht dat zuidwestelijk van Hendrik-Ido-Ambacht zijn gelegen alsmede Alblasserdam en Papendrecht die beide aan de andere kant van de Noord zijn gesitueerd.
Tot 1855 heette de gemeente Hendrik-Ido-Schildmanskinderen-Ambacht en de Oostendam. De fusie met Sandelingen-Ambacht in dat jaar leverde de huidige gemeentenaam op, tevens de naam van het enige dorp binnen de gemeentegrenzen. Volgens het Genootschap Onze Taal heette de gemeente ooit Hendrik Ido Oostendam en Schildmanskinderen Ambacht, en misschien ook ooit Hendrik-Ido-Oostendam-Schildmanskinderen-Groot-en-Klein-Sandelingen-Ambacht, dit zou dan de langste plaatsnaam van geheel Europa zijn geweest. Deze bijzondere naam gaat terug op de oorsprong van de polder waarin het dorp ligt. In 1331 besloot de edelman Hendrik van Brederode om de Zwijndrechtse Waard te bedijken. De financiers van het project zouden in ruil daarvoor de positie van ambachtsheer voor een deel van de polder krijgen. Twee van de negen financiers waren Hendrik Ydo Wittens en zijn broer Schiltman Wittens, zoons van Witten Hendrik Yens die schepen van Gorinchem was.

Hier vinden we Pieter Wijlmsen Visser, hij is daar schout? Geboren rond 1575, hij overlijd daar ca. 1625 en trouwt er waarschijnlijk ook met Leendertjen Gerritsdr. ( huijsvrouwe van Pieter Willemsen in de lijst van lidmaten) . Zij is van ongeveer 1578 en overlijd in Hendrik Ido Ambacht in 1625.

Willem Pietersz Visser, bij het 2e huwelijk wordt hij genoemd jonck-geselle van Ridderkerk., geboren is hij in Hendrik Ido Ambacht rond 1599, hij is overleden in 1645. Hij trouwt 1) met Jaapje Cornelisse, waaruit 1 kind wordt geboren. Willem ondertrouwt  2) in Hendrik Ido Ambacht op 2 december 1629  met Sijchen Arijsdr. Jongedochter, geboren in 1601 in Ridderkerk.

Pieter Willemsz Visser, schrijnwerker, geboren in Hendrik Ido Ambacht op 16 februari 1625, hij overlijd in Heerjansdam. Trouwen doet hij ook in Heerjansdam en wel op 7 juli 1652 met Jannigien Pieters Sevenhuijsen, zij is geboren in Oost-Barendrecht op 26 juli 1627, zij overlijd in 1706. Zij krijgen samen 4 kinderen.

Vanaf nu vinden we deze familie Visser terug in Heerjansdam. 
                  
Heerjansdam is een dorp behorende bij de gemeente Zwijndrecht op het eiland IJsselmonde. Het is centraal gelegen tussen de gemeentes Barendrecht, Ridderkerk en Hendrik-Ido-Ambacht. De zuidkant van Heerjansdam wordt begrensd door de rivier de Oude Maas. De west zijde is direct gelegen aan het water van het Waaltje.

Willem Pietersz  Visser, hij is geboren in Heerjansdam op 1 mei 1655 ,gedoopt wordt hij dan in Heerjansdam op 9 mei 1655, hij is overleden. Trouwen doet hij in Kijfhoek op 8 mei 1683 met Pietertje Janse in ‘tVeld, zij is geboren in West Barendrecht  en aldaar gedoopt op 15 december 1658, haar ouders zijn Jan Leendertsz en Cornelia Leenderts. Pietertje overlijd. Zij krijgen samen 9 kinderen.

Jan Willemsz Visser, hij is gedoopt Heerjansdam op 12 maart 1684, hij overlijd in 1730. Hij trouwt in Oost Barendrecht op 10 november 1709 met Maaijke Isaaksdr. Grootendorst (Salij), geboren in Heerjansdam op 7 maart 1683 dochter van Isack Cornelis Salij en Lijsbeth Paulusdr. Vogelaer. Maaijke overlijd.  Zij krijgen samen 8 kinderen.
Willem Jansz Visser, geboren te Heerjansdam op 30 december 1713, is overleden. Hij trouwt in Klaaswaal, op 30 juni 1737 met Teuntje Dirkze Blaak, zij is geboren in Strijen en daar gedoopt op 7 september 1710 als dochter van Dirk Jansz Blak en Pieternelletje Willemsdr. Polderdijck. Teuntje overlijd in Mijnsheerenland op 1 februari 1797. Samen krijgen zij 6 kinderen.

Deze familie komt in mijn genealogie als hun dochter Lijsbeth (Elisabeth) Willemsdr. Visser , gedoopt in Heerjansdam op 16 februari 1755, trouwt in Mijnsheerenland op 10 oktober 1777 met mijn voorvader Andries Tieleman die geboren is in Mijnsheerenland op 12 maart 1752, als zoon van Jacob Telmus (Teunis Tieleman) en Lena Corsse de Jong.

donderdag 23 juni 2016

Pottenbakkers heetten Draaisma

Hier heb ik de stamreeks van Elisabeth Catharina Draaisma getrouwd met Jan  Visser uitgewerkt.
Bij het uitzoeken was al snel duidelijk dat we hier te maken hadden met een pottenbakkers familie, die na lang speuren , in ieder geval in deze tak , geen eigen pottenbakkerij te bezitten. De Draaisma waren allen goede vakmensen en waren vooral aangeschreven als meesterknecht.

aan den draaischijf.
We beginnen met de Stamvader,  Siene Folkerts geboren Joure ca 1680, hij trouwt in Joure op 10 april 1692 met Wipke Poppes, geboren in Westermeer.

Ze hebben een zoon genaamd, Sipke Sienes , boer te Doniaga, geboren Joure in 1705, deze Sipke trouwt twee maal, de eerste keer in Joure,op 8 januari 1730 net Treintje Wierds, wonend Broekmeer, geboren in 1698 en overleden in Joure op 11 november 1753, nalatend 2 kinderen. Sipke trouwt daarna in StNicolaasga op 5 februari 1762 met Stijntje (Christina) Everts de Boer, zij is geboren in Bakhuizen op 6 maart 1742. Sipke overlijd in Joure op 10 december 1776, Stijntje in Joure op 29 mei 1824. Samen krijgen zij 7 kinderen.

Dan volgt een zoon Siene Sipke die in 1811 de naam Draaisma aan neemt. Hij is pottenbakker (draaier aan de draaischijf ) en later winkelier. Geboren in Doniawerstal en gedoopt in de R.K. Parochie Op de Heide in St Nicolaasga op 7 juli 1765. Hij trouwt de eerste keer in Sneek op 12 mei 1788 met Antje Oebeles Faber, zij is geboren in Sneek op 24 november 1769 en ze wordt begraven in Sneek op 31 december 1793. Hij trouwt de tweede keer ook in Sneek op 15 mei 1796 met Antje Thomas (Meer), zij is gedoopt in Sneek op 12 april 1772 en overlijd in Sneek op 12 juni 1843. Siene was al eerder overleden in Sneek op 2 oktober 1825. Zij krijgen samen 6 kinderen.

Eén van die kinderen is hun zoon, Sipke Siene Draaisma, pottenbakker, geboren in Sneek op 3 oktober 1797, zijn doopnaam is Cijprianus en de doopheffer is Stijntje Evers, hij overlijd in Sneek op 5 november 1873. Trouwen doet hij in Groningen op 15 juli 1821 met Annigje (Annechien) Gerrits Smittenberg, zij is geboren in Groningen op 10 juni 1797 als dochter van Gerrit Smittenberg en Annigje Jans van Offeren. Zij overlijd in Franeker op 15 augustus 1870. Samen krijgen zij 7 kinderen.

Dan volgt Siene Sipke Draaisma, Pottenbakkersknecht/koopman, geboren in Sneek op 18 oktober 1821 en overleden in Kampen op 7 december 1890. Hij trouwt in Sneek op 15 november 1846 met Elisabeth Catharina van Welbergen, zij is geboren in Groningen op 12 april 1820, als dochter van Jacobus van Welbergen en Anna Wiegers ( Vliegers, Vlugers), zij overlijd in Kampen op 27 november 1890. Zij krijgen samen 5 kinderen.

Hun zoon Sipke Draaisma, pottenbakkersknecht, is geboren in Haarlem op 22 juni 1856 en overleden in Bolsward op 11 augustus 1929. Hij trouwt in Bolsward op 18 mei 1879 met Jikke Wiebren Jansen, geboren in Bolsward op 19 juni 1856, als dochter van Sijbren Jan Jansen en Annigje Polman, zij overlijd in Sneek op 26 februari 1928. Samen krijgt dit echtpaar 8 kinderen.

Waaronder Elisabeth Catharina Draaisma die met Jan Visser trouwt, zie mijn eerdere blog over de familie Visser.

woensdag 22 juni 2016

Mijn 7 x overgrootvader Jan van Loon.



Ben ik bezig met al weer een stukje familie, de familie van Loon uit Rotterdam/Tiel bijeen te zoeken en te documenteren, kom ik dit stukje tegen . Dat is helemaal geweldig om te lezen en ja ik kan het gewoon niet laten maar ook dit stuk sla ik op in de computer. Het maakt ons familie verhaal weer een stukje interessanter.  

Neurenberger Waren

Door Huub van Heiningen op donderdag 29 oktober 2015, geplaatst in Historie


Door de invloed van de gilden was het voor een ondernemer van buiten niet gemakkelijk iets te beginnen in het 18e eeuwse Tiel. Dat lukte alleen door een welgestelde Tielse aan de haak te slaan, zoals bleek uit de ervaringen van de Rotterdamse broers Louis Hendrik van Loon (1766-1810) en Hendrik Willem van Loon (1768-1843).

Louis Hendrik van Loon kwam in de zomer van 1786 vanuit Rotterdam naar Tiel om daar te logeren bij zijn oom Van Eysden. Tiel moet hem goed zijn bevallen - waarschijnlijk op de eerste plaats omdat hij hier verkering kreeg met Sara Maria van Wessem, de op 14 januari 1770 geboren dochter van de zeer vermogende grondbezitter Hieronymus van Wessem. Wellicht had hij uit Rotterdam wat geld mee gekregen - hoe dan ook - Louis Hendrik trouwde toen zijn Sara Maria achttien was geworden, werd op 20 maart 1788 burger van Tiel en kocht samen met zijn echtgenote de winkel op de hoek van de Voorstad en de Korte Nieuwstraat. Er hoorden ook nog twee magazijnen bij die reikten tot aan de Oliemolenwal - de gracht dus. Omdat daar ooit prins Maurits met het statenjacht had afgemeerd, heette de winkel soms "het Princejaght".

Merkwaardig is dat in de archivalia niet echt duidelijk blijkt waarmee Louis Hendrik de kost verdiende. Hij was lid van het schippersgilde en dat maakt het waarschijnlijk dat hij een aandeel had in de beurtvaart op Rotterdam. In de stukken heet hij echter ook wel eens boekhandelaar, wijnhandelaar of speelgoedwinkelier. Feit is dat hij goed boerd, want hij wist het familiebezit ook nog uit te breiden.
Louis Hendrik overleed echter al op 22 maart 1810 op 43-jarige leeftijd, Sara Maria achterlatend met acht kinderen. Nog in hetzelfde jaar hertrouwde ze met de tien jaar jongere wijnhandelaar Hendrik Willem Tilanus.

Een van haar zonen, de in 1805 geboren Adrianus van Loon, ging op zijn 18e werken in de drukkerij van Campagne en trok naar zijn familie in Gorinchem om zich verder in het vak te bekwamen. In 1834 kwam hij terug naar Tiel om daar de bekende drukkerij en boekhandel Van Loon te beginnen, die ook de Nieuwe Tielsche Courant uitgaf. (Over hem Biografisch Woordenboek van Tiel, deel 3, pag 64).

Omdat hij in Tiel zonder slag of stoot burger en lid van een gilde was kunnen worden achtte Louis Hendrik het vestigingsklimaat hier waarschijnlijk gunstig. Daarenboven had hij daar aan de Korte Nieuwsteeg ruimte genoeg. Hij haalde in elk geval in 1788 zijn twintig jaar oude broer Hendrik Willem naar Tiel om in hetzelfde pand een winkel op te zetten.

Hendrik Willem werd lid van het Kramersgilde en vestigde zich als borstelmaker. Al heel snel moet hij echter ontdekt hebben dat met dat vak in Tiel geen droog brood te verdienen viel. Tiel had al winkels die borstels verkochten en werd op marktdagen overspoeld door borstelmakers en bezembinders uit het Rijk van Nijmegen en Brabant. Daarom zocht hij het in een heel andere richting: de juist in die jaren snel in opkomst zijnde "Neurenberger Waren". Daarvoor zou ook zeker een markt zijn in Tiel, waarin de leden van de plaatselijke elite elkaar graag aftroefden met nieuwigheden.

Het waren steevast producten van thuisvlijt uit het in korte tijd hierdoor beroemd geworden Neurenberg. Poppen, toverlantaarns, miniatuurwinkeltjes, bewegend speelgoed etc. etc.. Ingenieuze en zeer kostbare sierstukken en prullaria, die tegenwoordig nog vaak voorbij komen in "Kunst  en Kits" en die we in moderner vorm terugvinden op elke braderie van enige betekenis. Maar in de tweede helft van de 18e eeuw waren die Neurenberger Waren zo populair geworden dat de leden van stedelijke ambachtsgilden, zilversmeden, tinnegieters, koperslagers de gevolgen voelden in hun omzet en veel stads- en kreisbesturen de import van Neurenberger spullen verboden.

Op 24 december 1788 schreef Hendrik Willem aan de magistraat dat hij zich was gaan toeleggen op "Neurenberger galanteriën, bestaande in verscheijde kleyn gemaakt houtwerk, van allerhande poppegoed in het kleyn, kinderwagentjes, enig verlakt en onverlakt blikwerk, theeblaadjes, theestoven, blikke lantaarns, verlakte tabaksdozen, vilte muylen etc" Daarvoor was hij lid geworden van het Kramergilde, maar nu had hij ineens de dekenen van drie andere gilden - de timmerlieden, de smeden en de schoenmakers - op zijn dak gekregen. Die hadden via de deurwaarder beslag gelegd op bijna al zijn winkelwaar omdat het ging om goederen die volgens de gildebrieven alleen door de leden van hun gilde gemaakt en verkocht mochten worden.

Van Loon schreef er een brief van acht kantjes over aan de magistraat, waaruit bleek dat hij de locale situatie goed kende. Hij noemde tien gevallen waarin Tielse winkeliers in het jongste verleden goederen hadden verkocht, die strikt genomen niet tot de beperkte branche van het eigen gilde behoorden; die dus hetzelfde deden wat hem nu verboden werd. Maar de gildenbestuurders repliceerden even uitvoerig. Uiteraard hadden de weledele en achtbare heren van de magistraat in het verleden wel eens iets door de vingers gezien om te voorkomen dat een ambachtsman bij de diaconie terecht zou komen. Dat was de vrijheid van het stadsbestuur dat alle neringdoenden kende en de regels wel eens ruimhartig hanteerden om te zorgen dat er voor iedereen een boterham verdiend kon worden. Maar het was volstrekt ongepast dat iemand die nog maar een blauwe maandag in Tiel woonde, aanspraak maakte op het soepel omgaan met de regels.

Op 24 december 1788 velt het stadsbestuur een Salomonsoordeel. Van Loon mag klein gemaakt houtwerk blijven verkopen en ook kinderwagentjes, maar geen kinderwagentjes waarin een kind gereden kon worden. Ook geen "verlakt hout of witwerkerswerk, geen blank of geverfd blikwerk en geen vilte muylen waaronder leren zolen zijn geplakt" Kortom hij mag geen artikelen verkopen die in Tiel gemaakt kunnen worden of al bij leden van de drie genoemde gilden worden aangeboden. Maar hij mag uiteraard wel producten van de Tielse ambachtslieden verkopen.

Op 16 september 1789 bijvoorbeeld stond de magistraat hem toe ook houten emmers te gaan verkopen, maar wel uitsluitend de emmers die in Tiel gemaakt werden. Twee maanden later vroeg Van Loon of hij dan maar tegen een gereduceerd tarief lid zou mogen worden van alle Tielse gildens, maar het stadsbestuur gaf hem kort en bondig te kennen, dat hij niet moest zaniken maar zich strikt diende te houden aan de resolutie van 24 december 1788.

Wat doe je dan als ondernemer ? Ruim een jaar later verhuisde Hendrik Willem van Loon naar Gorichem, waar hij trouwde en zelfs stamhouder werd van Van Loons die internationale faam verwierven.

Huub van Heiningen (1924) is een Nederlands publicist van vele historische werken over het Gelderse rivierengebied en Tiel.Hij kwam in 1947 als journalist naar deze stad en was sinds 1953 in dienst bij dagblad "De Gelderlander".
.


     Hier dan mijn stamreeks van Loon:

1.  Jan van Loon, geboren ca. 1680 te Hoorn, begraven 03-03-1762 te Rotterdam
     Waarschijnlijk woonde Jan zijn ouders in de Lamsteegh, of hij woonde daar met zijn broer,  want ik heb nog gevonden: Willem van Loon, j.m. van Hoorn, wonend in de Lamsteegh,Deze Willem huwde te Rotterdam op 24 oktober 1700 met Gerarda van Stam(me) j.d. van Utrecht, zij woonde Leijdscheveer, Willem en Gerada kregen tussen 1702 tot 1719, zeven kinderen allen gedoopt in Rotterdam. Willem overlijd in Rotterdam op 21 maart 1765 en Gerarda overlijd in Cool (Rotterdam) 20 oktober 1739.
      Jan trouwde Cornelia Lardee, 25-01-1705 te Rotterdam ( hij wonend Lamsteegh, zij
      wonend  agter 'tstadhuijs  (dochter van Laurens Lardee en Cornelia Janssen Dubbeldam),  
      gedoopt 26-09-1680 te Rotterdam, begraven 22-05-1733 te Rotterdam. Prinsenkerk huur, overledene laat na 5 minderjarige kinderen op de Huijbrug. Uit dit huwelijk 8 kinderen.
                            
2.  Jan van Loon, gedoopt 25-02-1712 te Rotterdam, † na 24-08-1746 te Rotterdam. hij trouwde Hendrina ( Heijndrina, Lena) van Deijsse, 25-04-1736 te Rotterdam (hij wonend op de Huijbrugge, zij wonend Lombardstraat (dochter van Machiel van Dijsen en Maria van Dongen), gedoopt 24-12-1711 te Rotterdam, overleden op 24-08-1746 te Rotterdam ( Steiger bij Vlasmarkt, overledene laat na 2 minderjarige kinderen. Uit dit huwelijk 5 kinderen.

3.  Jan van Loon, gedoopt 12-10-1738 te Rotterdam  (melkmart), begraven 08-04-1785 te Rotterdam (Prinsenkerk overledene liet na 8 minderjarige kinderen). hij trouwde Elizabeth Wilhelmina Wilhelms, 06-11-1763 te Rotterdam (dochter van Johan Lodewijks Wilhelms en Maria Cornelia van Kelkhoven), gedoopt 23-12-1740 te Oisterwijk, overleden op 05-08-1826 te Rotterdam. Uit dit huwelijk 9 kinderen.
                     
4.  Louis Hendrik van Loon, gedoopt 19-05-1766 te Rotterdam (in de Lombertstraat)
    Overleden op 22-03-1810 te (Lente maand) Tiel. hij trouwde Sara Maria van Wessem, in
    Tiel op12-03-1788 zij is geboren januari 1770 te Tiel (dochter van Jeronimus (Hieronymus)
    van Wessem en Jacoba van Doesburg), gedoopt 14-01-1770 te Tiel, † 08-01-1823 te Tiel.
    Uit dit huwelijk 8 kinderen.
    Het bovenstaande verhaal gaat onder andere over deze man en zijn vrouw en zijn kinderen.
    Sara trouwde in 1810 met Hendrik Wilhelmus Tilanus, koopman een luit.gewap.burgerij. Uit
    dit huwelijk 3 kinderen.
      
5.  Hieronymus van Loon, gedoopt 18-04-1792 te Tiel, overleden op 26-01-1829 te Tiel,
    beroep Mr. Verver en Glazenmaker. hij trouwde Anna Pitlo, 09-12-1815 te Tiel (dochter
    van Gerrit Jan Pitlo en Elizabeth Misemer (Misemar)), gedoopt 15-11-1795 te Tiel, overleden      
    op 26-07-1836 te Tiel,  beroep winkelierster.
     Anna: Anna Pitlo heeft voor de Notaris Willem de Jongh op 6 april 1836 een voogd
     aangesteld n.l. de heer Theodorus Jacobus van Everdingen (Notaris) als zijnde
     een kopie in het familiearchief.
     in de Volkstellling van Tiel 1830-1840 staat haar geboortedatum als 10-11-1796, zij is Hervormd , in het huis wijk Voorstad huisnr 30 woont zij dan met haar dochter Elisabeth van Loon, en met Sara Maria Harte geboren 16-5-1798 die sinds 1-5-1831 bij haar ingetrokken is. E de dienstmeid Johanna Maria van Gelderen, geboren 10-10-1808 die vertrok naar Lienden.
    Uit dit huwelijk 2 kinderen.
                            
6.  Elizabeth van Loon, * 29-05-1818 te Tiel, overleden op 07-12-1901 te Tiel, beroep   
    Huisvrouw.
       Volkstelling Tiel 1850-1860.
       Wijk A Voorstad huisnummer 52., Johannes en Elisabeth woonde hier samen met hun kinderen, Johanna Berredina 1839, Anna 1840, Antonie 1843, Hieronymus 1848, Pieter 1849,, Johannes Jacob 1850,Willem Arend 1852,Marius Sara 1854 en Elisabeth Louisa Hendrika 1857. Inwonend was ook Sara Maria Harte geboren 1789, tante van Johannes, en de dienstbode Anna de Haas, geboren 1828, de dienstmeid H. Huigen, geboren 22-09-1839, en Cornelia van der Sluis geboren 1839 en vertrokken naar Ophemert op 10-1-1859.

    zij trouwde Johannes Jacob Harte, op 25-05-1838 te Tiel, hij is geboren op 01-12-1817 te
    Tiel, (zoon van Antonie Harte en Johanna Berradina Mulders), en overleden op 31-01-1884
    te Tiel, beroep winkelier/koopman/smid en ijzerwerker.  Hij was tevens wagenmaker.
    Uit dit huwelijk 10 kinderen.
      
    En zo is de aansluiting weer rond.

dinsdag 21 juni 2016

Cornelis Kramer sneuvelt te Waterloo

Onze zoon woont met zijn kinderen in Noord Scharwoude, en ook van deze kleinkinderen heb ik al heel wat voorouders bijeen gesprokkeld. Aan de kant van hun moeder heb ik de familie Kramer uitgewerkt. En let wel ook die wonen en werken haast allemaal vanaf 1750 in Noord en Zuid Scharwoude.

De eerste die ik  tegenkom is Hendrik Cornelis Kramer, een dagloner, (Een dagloner is een arbeider die per dag werd betaald en die met name in de land- en tuinbouw werkte. De dagloner had geen vaste betrekking en verdiende daardoor niet als er geen werk voorhanden was. ...) Hendrik overlijd in Zuid Scharwoude op 16 juni 1818, (deze datum is bijzonder omdat op dat moment zijn zoon in Waterloo aan het vechten is.) Hendrik is getrouwd in  Obdam 8 januari 1780 met Anna Cornelis Koning (Keuning) die in 1752 in Wogmeer geboren is ,als dochter van Cornelis Cornelisz Koning en Grietje Gerrits, gedoopt in Berkhout op 6 november 1752, zij overlijd in Noord Scharwoude in 1814.

Hun zoon Cornelis Kramer, ( hij is 6x overgrootvader van onze kleinkinderen)  is ook dagloner tot hij in dienst moet dan wordt hij soldaat, hij is geboren in Langedijk, waar Noord en Zuid Scharwoude onder vallen, op 15 maart 1789 te Zuid Scharwoude.
Hij trouwt of heeft een relatie voor 1812 met Trijntje Groen , alias Dekker, zij is geboren in Abbekerk  ca 1779, als dochter van Rens Jan Groen en Adriaantje Dirks Bakker.



We vinden hem terug in het Stamboek van het 5e regiment Infanterie, daarin wordt hij beschreven, klein aangezicht, hoog voorhoofd, grijze ogen, spitse neus, grote mond, gewone kin, bruin haar en wenkbrauwen, pokdalig.
Hij is tot den Landmacht geroepen in t´jaar 1814, melitie district Alkmaar, Infanterie. Heeft bij de beroeping getrokken no. 1380, is plaatsvervanger voor L. Olie nr. 330 wonend te ....meer. aangekomen 25 maart 1814, 1815 in Braband en  op 18 juni 1815 gesneuveld. (bij Waterloo). 26 jaar oud.
Trijntje overlijd in Noord Scharwoude op 10 mei 1827.

De Slag bij Waterloo is een van de bekendste veldslagen uit de geschiedenis. De slag vond plaats bij het dorpje Waterloo (even ten zuiden van Brussel) op 18 juni 1815 tussen het leger van de Franse dictator Napoleon en dat van de geallieerden (Engeland, Pruisen en andere Duitse staten en Nederland).                                                         



Op 18 juni 1815, 's middags om één uur barstte de lang verwachte Franse aanval ten slotte los. 
De geallieerden, en met name de Nederlandse troepen onder generaal Chassé, ontvingen de Fransen met een hagel van kanonvuur, gevolgd door een charge (aanval) van de cavalerie. De Oude Garde moest terug, en die terugtocht ontaardde in paniek bij de overige troepen en ten slotte sloeg het hele Franse leger op de vlucht. Dat was het sein voor Wellington om bevel te geven voor een algehele aanval van de geallieerden. Napoleon werd verslagen.
De Slag bij Waterloo maakte een einde aan een periode van twintig jaar waarin grote delen van Europa hadden gezucht onder de Franse bezetting. In Nederland werd de overwinning nog tot aan 1940 officieel gevierd.

De zoon van Cornelis en Trijntje is, Hendrik Kramer, dagloner in 1836 van beroep, hij is geboren in Alkmaar  op 13 september 1812, en overleden te Zuid Scharwoude op 8 januari 1892, trouwen doet hij ook in Zuid Scharwoude op 14 mei 1837 met Trijntje Melten, zij is naaister en geboren in Zuid Scharwoude op 8 november 1815, als dochter van Cornelis Melten en Arijaantje Tijm, Trijntje overlijd in Zuid Scharwoude op 10 april 1894.

Hun zoon Cornelis Kramer, landbouwer, geboren Zuid Scharwoude op 1 maart 1839, hij overlijd te Harenkarspel. Hij trouwt in Zuid Scharwoude op 3 juni 1860 met Geertje Sneekes, zij is geboren in Zuid Scharwoude op 21 november 1836 als dochter van Cornelis Sneekes en Anna (Antje) Sleeper, zij overlijd in Harenkarspel op 5 november 1869.

Dan volgt hun zoon Hendrik Kramer, arbeider,landbouwer, geboren in Harenkarspel op 20 augustus 1863, Hij overlijd in Drunen op 24 september 1944, trouwen doet hij in Koedijk op 6 februari 1887 met Anna Buter, zij is geboren in Koedijk op 18 april 1861 als dochter van Jacob Buter en Elizabeth
( Lijsbeth) Jongkees. Zij is overleden.

Zoon Jacob Kramer veldarbeider, is geboren in Oudkarspel gemeente Langedijk, in 1888, hij trouwt in Koedijk gemeente Alkmaar op 1 mei 1912 met Antje Brammer, zij is geboren in Oudkarspel op 30 maart 1888, als dochter van Hendrik Brammer en Antje Mul. Zij is overleden.

Deze stamreeks eindigt met hun dochter Anna Maria Kramer, geboren in Koedijk op 29 september 1919, zij trouwt in Alkmaar op 22 augustus 1940 met Lambertus Beentjes, hij is geboren in Heemskerk op 19 februari 1915 als zoon van Petrus Beentjes en Columba Hoogewerf. Anna Maria overlijd op 25 februari 1996 en wordt begraven in Ouddorp , Lambertus overlijd op  02 oktober 1999 en wordt begraven in Ouddorp.

De link naar de familienaam Beentjes van hun moeder is hier gelegd.